Voor de derde keer gooide Anna Volkova hoge ogen op de prestigieuze kunst- en antiekbeurs TEFAF. Haar kostbare porseleinen tulpen groeiden uit tot een ware sensatie, een kruispunt waar oude en nieuwe meesters elkaar ontmoeten. De keramische bloemen lijken haast uit een zeventiende-eeuws stilleven te komen. Geen wonder dat toeschouwers met open mond blijven staan en extra tijd nemen om deze unieke creaties te bewonderen.

Parcours
Volkova werd geboren in Sint-Petersburg, waar ze studeerde aan de kunstacademie. “Ik tekende al van jongs af aan. Zolang ik me kan herinneren, maak ik kunst. In 1998 verhuisde ik naar Nederland.” In Amsterdam studeerde Anna aan de Gerrit Rietveld Academie en het Sandberg Instituut. “Sindsdien werk ik als onafhankelijke kunstenaar. Porselein is slechts één van de materialen waarmee ik werk. Ik heb ook verschillende projecten gedaan in mozaïek, glas-in-lood en sculpturale tegelprojecten. Het is voor mij belangrijk om met mijn handen te werken.”



In opdracht
“Mijn eerste grote project was een solotentoonstelling bij De Nederlandsche Bank. Het thema was vanitas, de vergankelijkheid van het leven, een belangrijke richting binnen de oude stillevens. Het resultaat was een reeks sculpturen in verschillende materialen. Eén van de elementen waren porseleinen bloemen, als symbool voor de fragiliteit van het leven. Ze waren puur wit. Later kreeg ik een uitnodiging van het Keukenhof om een reeks porseleinen tulpen in kleur te ontwikkelen. Zo ben ik met gekleurde tulpen begonnen.” Sindsdien verschijnen haar sculpturen in musea, privécollecties en op grote kunstbeurzen. “Elke keer is het een nieuw project,” zegt ze. “Ik kopieer mezelf nooit.”
“Voor mij zijn bloemen een beetje zoals woorden voor een schrijver: ik combineer ze tot verhalen.”



Inspiratie
De artistieke wortels van haar werk liggen in de schilderkunst van de zeventiende eeuw. Volkova bestudeerde jarenlang stillevens van oude meesters zoals Ambrosius Bosschaert de Oude. Zijn boeketten, samengesteld uit bloemen die in werkelijkheid nooit tegelijk bloeien, inspireerden haar eigen sculpturen. “Ik probeer de natuur nooit te imiteren,” zegt ze. “De natuur blijft de beste maker.” Net zoals de oude meesters bloemen uit verschillende seizoenen combineerden of zich baseerden op botanische manuscripten, creëert Volkova haar eigen fantasiebloemen. Haar bloemen zijn geen botanische kopieën, maar metaforen. “Ze verwijzen naar de fragiliteit, de schoonheid en de snelheid van het leven.” Het verschil met echte bloemen? Die verwelken. Haar porseleinen bloemen blijven bestaan.
Techniek
De kunstenares werkt vaak tot diep in de nacht om haar fragiele porseleinen bloemen op tijd klaar te krijgen. “Mensen vragen vaak hoe lang het duurt om één bloem te maken, maar kunst in uren uitdrukken is niet relevant. De meeste tijd gaat naar het ontwikkelen van het idee en de vorm. Pas dan komt het fysieke werk.” Elke bloem wordt met de hand gevormd uit porselein, vaak zo dun dat het bijna doorschijnend wordt. Volkova mengt de kleuren rechtstreeks in de klei in plaats van ze te schilderen. Daarna volgt een proces van drogen, ondersteunen en bakken op hoge temperatuur. De technische kant leerde ze gaandeweg. “Het is eigenlijk chemie en fysica. Op school was ik daar slecht in, maar nu vind ik het fascinerend.” Fouten horen bij het proces: soms leiden ze tot nieuwe vormen. Waar andere keramisten schrikken wanneer ze de oven openen, ziet Volkova juist kansen.
Niet aanraken a.u.b.
Op kunstbeurzen gebeurt het voortdurend: bezoekers willen de bloemen aanraken. Ze lijken immers echt. Voor galeristen is dat soms zenuwslopend, maar voor de kunstenaar is het ook een compliment. “Mensen geloven niet dat het porselein is,” zegt ze. De illusie is zo overtuigend dat bezoekers willen voelen of de bloemblaadjes echt zijn. Zo ontstaat een kleine paradox: sculpturen die ogen als levende bloemen, maar tegelijk een stille herinnering vormen aan hun kwetsbaarheid en vergankelijkheid.


Annavolkova.com
Georgiangallery.be
Tekst: Arne Rombouts
Fotografie: Dilyara Ramazanova & Anna Volkova




