In een vorig leven was Nils Verkaeren DJ en cafébaas. Intussen trekt de kunstenaar de wereld rond om de grillen van de natuur te vertalen naar imposante doeken. Met kilo’s verf en veel fysieke kracht zet hij landschappen naar zijn hand: van ver herkenbaar, van dichtbij een abstracte explosie.

We ontmoeten Nils Verkaeren in Bornem, vlak voor zijn expo Blooming Desert in CC Ter Dilft. Tussen de landschappen met knotwilgen, polders en horizons vol wind en water, legt hij de laatste hand aan een doek. “Ik hou ook van schilderen vanuit herinnering. Ik heb zoveel buiten geschilderd dat ik in een studio zou kunnen werken. Maar je moet opletten voor gemakzucht. Of zoals Picasso zei: ‘Je begint jezelf te kopiëren en dat leidt tot steriliteit.’ Als iets goed ‘werkt’, vernieuw je jezelf niet meer. Wanneer ik in Marokko of in Colombia schilder, heb ik ander licht, andere ritmes, kleuren en mensen. Dat zal ik altijd nodig hebben.”



Parcours
Het traject van Nils Verkaeren leest allesbehalve als een saai filmscenario. “Ik wou altijd schilder worden, van kleins af aan. Toen ik in 2000 begon aan de Academie van Antwerpen was ik twintig, maar ik lag meer met katers in bed dan dat ik aan het schilderen was.” Na het overlijden van zijn pasgeboren kind stopte Nils met studeren. “Eerst was ik barman, plots werd ik resident DJ in een club. Voor ik het wist had ik mijn eigen café À Propos. Maar ik ben altijd blijven schilderen.”
Luc Tuymans
Het echte kantelpunt kwam dankzij Luc Tuymans die soms in de À Propos kwam. “Ik vertelde hem dat ik geen atelier meer had. ‘Hier is de sleutel van mijn atelier, maar je moet er wel elke dag om 6u30 zijn.’ Ik kwam toe om zeven uur, en hij zei, ‘Ge zijt te laat, Nils.’ Dat was een wake-up call. Ik moest discipline kweken, vroeger opstaan en trainen. Plots zag ik de onzinnigheid van het nachtleven in. Ik heb mijn café gesloten en gezegd: nooit meer horeca.” Nils trok in 2014 schoorvoetend terug naar de academie, waar hij fel op zijn plaats werd gezet.
“Plots zag ik de onzinnigheid van het nachtleven in.“
Het landschap schildert mee
Vooral de landschapsstages van docent Bruno Van Dijck gaven Nils energie. “We gingen schilderen in Cap Blanc-Nez en Gris-Nez. Eerst werkte ik op kleiner formaat, maar ik ben snel voor grotere doeken gegaan. Je ziet een wolk en die trekt voorbij. Het begint te regenen. Je moet schuilen onder je schilderij. Er komt zand in de verf. Het landschap begint mee te schilderen. Het is ook heel fysiek. Misschien voelde het als een soort boetedoening. Ik had het gevoel: ik moet afzien, dan zal het zeker goed zijn.”


Zuid-Amerika
Om niet opnieuw in de val van het Antwerpse nachtleven te vallen, trok Nils na zijn studies naar Argentinië. Met een Fiat reed hij de Ruta 40 af, met zeven schilderijen: geen topwerken, wel een enorme leerschool. De liefde voor Zuid-Amerika werd nog groter toen hij op een verlaten koffieboerderij in Colombia belandde. “Je hebt er vier seizoenen op één dag. Je staat op: prachtig. De mist komt op, het begint te regenen, alles wordt wit – net winter – en dan trekt alles open met de prachtigste kleuren. In het begin schilder je nog planten, bomen, bladeren, maar dat hou je niet vol. Het verandert zó snel.”
Pleinairist
Nils ziet zichzelf niet als landschapsschilder, maar als pleinairist. “Ik gebruik het landschap als aanleiding om te schilderen. Het landschap is bijzaak geworden. Ik kijk eerder naar abstracte schilders dan naar pure landschapsschilders.” Het schilderen zelf ziet hij dan weer als een liefdesuiting. “Het ene moment is het fantastisch, vijf minuten later: ‘godverdomme, trekt op niks.’ Voor mij zijn schilderijen zoals kinderen. Je moet ze leren fietsen, ze moeten durven vallen. De eerste keer dat een schilderij omviel, was ik in alle staten. Nu vind ik het soms jammer dat er niets gebeurt. Maar ik ga het niet opzettelijk in de lucht gooien of er zand tegenaan smijten.”
“Voor mij zijn schilderijen zoals kinderen. Je moet ze leren fietsen, ze moeten durven vallen.“


Scapa
Op vraag van Arlette van Oost, oprichtster van Scapa, trok Nils in april 2024 naar het Schotse Isle of Skye, voor de expo The Honouring of Our Roots. Twee schilderijen vormden de inspiratie voor twee unieke zijden Scapa-sjaals, elk in een gelimiteerde en met de hand genummerde oplage van 25 stuks. Het was lente toen Nils deze opdracht uitvoerde, maar het leek haast herfst. “Je ziet de impact van de hagelbollen in de verf. De keuze is dan: laat ik dat meespreken of niet? Dat vind ik boeiend: de steriliteit ontwijken die je soms in een atelier hebt. Sinds Schotland ben ik ook verticaal gaan werken. Soms is er zoveel wind dat die grote horizontale doeken je gewoon optillen. Op het einde van zo’n trip word je een soort beest. Zand, modder, vuil. Ik lap me helemaal op voor ik terugkom, want dan komt het tweede deel van de job: de commercie. Je bent boer en marktkramer tegelijk. Die afwisseling is leuk. En ik ben heel blij met mijn vrouw Eva die alles in goeie banen leidt.”


“Je bent boer en marktkramer tegelijk.“
Als je wint, heb je vrienden
Na het schilderen komt Nils tot rust in zijn woonst vlakbij het Rubenshuis. “Waarom geen uitzicht of natuur? Ik zou de hele tijd werk zien. Ik heb het voor mezelf een beetje ‘verpest’: natuur was vroeger rust, nu is natuur werk. Ik zie de hele tijd ideeën, schilderijen. Thuis heb ik een grote ruimte met hoge plafonds en een prachtige open haard. Dat vuur, daar word ik rustig van. De televisie van de oertijd: één kanaal, het brandt.” Het contrast met de cafébaas van weleer kan haast niet groter zijn. “In het nachtleven heb je honderden vrienden. Herman Brood en Henny Vrienten zongen ‘Als je wint heb je vrienden, rijen dik’, maar als je 100% voor je ding gaat, verlies je die. Ik heb een heel goede vrouw, een paar heel goede vrienden en een paar bevriende verzamelaars. Verder hou ik enorm van koken en wijn, op dezelfde manier zoals ik schilder: de ijskast openen en beginnen. Ik ga graag eten, vandaar de connectie met restaurant Nebo waar ik onlangs een werk voor maakte: kunst op een bord. Maar eerlijk: buiten het schilderen ben ik meestal gewoon de vermoeide Nils die op een bank ligt op te laden, als een gsm die plat is en in het stopcontact steekt tot hij weer vol is.”

Nils Verkaeren °1980
- Schilderkunst, Academie voor Schone Kunsten Antwerpen – nu docent DKO.
- Mentoren: Tina Gielen, Bruno Van Dijck.
- Inspiratie: Auerbach, Twombly, Still, Albers.
- Expo’s sinds 2011: Mexico, Buenos Aires, Bogotá, Brussel, Oostende, Antwerpen, Knokke.
- Toekomst: museumshow in Morelia (Mexico), projecten in Pakistan en Buenos Aires.
- Passies: sport, koken, wijn.
Tekst: Arne Rombouts




