Je hoeft geen fan te zijn van historische films om je thuis te voelen in The Cotswolds. Dit vredig stukje Engeland ten westen van Oxford katapulteert je radicaal terug in de tijd. Al zit de vernieuwing in hippe boetiekhotels, kunstgalerieën en restaurants waarvoor de foodie probleemloos wat extra bochten neemt.

“Je zal in een echte boerderij leven – dat wordt heftig, maar is toch niet zo slecht- en je zal het Engelse countryleven zoals het er vandaag aan toegaat ten volle kunnen beleven. We beschikken over een mooie moestuin, hebben een cosy zolder, enkele welopgevoede kinderen en wensen je van harte welkom.” Met deze uitnodiging op zak trok Melville Bell Grosvenor in 1948 naar zijn goede vriend Alan Villiers. Het verslag van die trip staat te lezen in een editie van National Geographic uit datzelfde jaar. Melville heeft een heus to do lijstje. Hij leert klokken luiden in Leafield Church, bezoekt Stow-on-the-wold, Slaughter, Burton en Bourton-on-the-Water, dat hij -in die tijd dus ook al – een miniatuurversie van Venetië noemt. De fotograaf die hem vergezelt, maakt foto’s van spelende kinderen, kano varende families en een marktplein waar wekelijks wol verkocht wordt. Dat laatste gebeurt in Cirencester, nog steeds een van de bekendste dorpen in de Cotswolds met referenties die teruggaan tot de Romeinen.

Ik diep het verhaal van Melville op uit mijn grote verzameling National Geographics nadat ik er een weekje Cotswolds en omstreken op heb zitten en kan maar één ding denken: ik wil terug. Toch heb ik het gevoel dat ik veel langer ben weggeweest dan die ene week. Een roadtrip is sowieso uitdagend. Doe je die in Engeland, dan moet je al het Kanaal over. Dat gaat tegenwoordig ook snel, met de auto op de trein. En dan volgen enkele eerste stops: Windsor Castle in Berkshire, maar ook de stad Bath, en de veel kleinere gehuchten Frome en Bruton in Somerset. In Frome vang ik een glimp op van Babington House, dat ik twee decennia geleden bezocht toen het nog de woonplek was van Mulberry-oprichter Roger Saul. De unieke mansion is vandaag een onderdeel van het bekende private club concept Soho House. Alleen al de oprijlaan doet dromen. Ook Bruton staat op de wishlist, omdat Hauser & Wirth er zo’n tien jaar terug een destination gallery opende langs een oude boerderij, Durslade Farm House. Eerlijk: dit is de eerste highlight van de trip. De farm shop is dagelijks open en biedt een ruime schare aan dagvers vlees, kaas, groente, fruit en natuurlijke sappen aan, maar het gros van de bezoekers komt uiteraard langs voor de kunst en de tuin. Die is aangelegd door de befaamde Nederlandse tuinarchitect Piet Oudolf, ook bekend van The High Line in New York en van de tuin van Voorlinden bij Den Haag. Achterin Oudolfs speelveld heeft de Chileense architect Smiljan Radic zijn Pavillion neergezet: een verrassend object in de velden, met doorkijkjes die je op het verkeerde been zetten. Wanneer ik er rondloop, dansen de sculpturen van Niki de Saint Phalle in het rond en bewegen de vele mobielen van Tinguely. Wat een unieke plek is dit.



Vanuit Bruton gaat het noordwaarts, richting Cirencester, waar het zoeken is naar de Romeinse resten. Inwoners pronken er met hun kathedraal en hun amfitheater, maar ik laat me meeslepen door de marktkramers die hier nog steeds grossieren in schapenwol. Een traditie die ze graag in ere houden. Vanuit Cirencester rijd ik langs de Fosse way, een oude Romeinse heerweg die in totaal zo’n 230 mijlen lang is en de steden Exeter (in het Zuid-Westen) en Lincoln (in het Noord-Oosten) verbindt. Het is vooral genieten. Glijdend door het landschap, passeer ik door dorpen waar de notie van tijd verdwenen lijkt. Langs de weg boerderijen, pubs en kleine B&B’s maar ook luxehotels voor wie zich echt wil laten verwennen. Zo ligt op nauwelijks vier mijlen van Cirencester richting Bibury The Pig in the Cotswolds, een hotel dat zoveel meer is dan een plek om te slapen. In dit 17de eeuwse plattelandshuis, ook wel Barnsley House genaamd, woonde de legendarische Britse tuinarchitecte Rosemary Verey, die er uiteraard de tuin voor haar rekening nam. Het huis werd een paar jaar terug gekocht door The Pig group die inmiddels 9 vestigingen in het Verenigd Koninkrijk heeft. Zacht beddengoed, heerlijk eten kitchen garden to table, en een deugddoende massage… het kan hier in alle rust en kalmte.
Bibury is bekend om zijn Arlington Row, een reeks cottages uit de 17de eeuw die ooit gebouwd zijn om de plaatselijke wevers een dak boven het hoofd te bieden. Het dorp zelf is ontiegelijk klein, met een kerk annex begraafplaats, een schooltje en een forelkwekerij aan de rivier Coln, waar ze ook lekkere ijsjes verkopen. Om de Row in kwestie te zien, gaat iedereen lekker gezapig hetzelfde wandelpad af en worden er foto’s gemaakt van de intussen fors opgeknapte cottages die vandaag de dag stuk voor stuk een fortuin waard zijn. Het gros van de toeristen doet Bibury aan voor wat foto’s en stapt snel weer de bus op, maar wie wil dat de tijd toch even langer stilstaat, trakteert op een drankje in Eleven, in het oude postkantoor, en logeert in The Swan Hotel, aan de rand van de rivier. Voor William Morris, de man die de Arts & Crafts beweging in Engeland groot maakte, was Bibury het mooiste dorp van Engeland. Allicht had het met de vele verweerde stenen huizen te maken, misschien ook met de vele zwanen en de eenden die hier voor wat extra romantiek zorgen.




Vanuit Bibury is het maar even rijden naar Kelmscott Manor, in Oxfordshire, waar William Morris woonde en de essentie van zijn Arts & Crafts beweging etaleerde – een beweging die overigens niet alleen esthetisch was, want Morris wilde eigenlijk de samenleving veranderen. Hij huurde dit huis voor het eerst in 1871 en zou er tot 1874 (twee jaar voor zijn dood) wonen met zijn vrouw Jane Burden en met de bekende artiest Dante Gabriel Rossetti, die het niet onder stoelen en banken stak dat hij een boontje had voor Morris’ echtgenote. Dat nam Morris hem overigens niet eens kwalijk: hij vond dat je je echtgenote nooit als eigendom mocht beschouwen. Het hele domein is een ware ontdekking, met enkele schuren en het woonhuis als summum voor wie houdt van artistiek en handgemaakt. Aan de muren niet alleen het iconische behangpapier dat Morris al decennia overleeft – check even het patroon Snakeshead – maar ook schetsen en schilderijtjes, en wandtapijten, naar tekeningen van Morris en Rossetti. Op de bedden handgeborduurde spreien – het bed van Morris zelf dateert uit de 17de eeuw. Na zijn dood leefden Morris’ kinderen Jenny en May verder in het huis, May werd een artieste zoals haar pa en de manor… die werd een soort bedevaart plek for all things Morris.



Ook Bourton-on-the-water staat op de planning. Het dorp ligt aan de Windrush rivier en valt op door de vele stenen brugjes die de oevers verbinden. De plek heeft wel wat raakvlakken met Venetië, zelfs los van het water en de bruggen: je loopt er in de zomer over de koppen en bij het gros van de winkels denk je: tourist trap! Toch scoor je hier best wel interessant antiek en vind je rustiger straatjes, zeker in de buurt van de kerk die zoals op zovele plekken in de Cotswolds een unieke gelegenheid biedt om de stilte op te zoeken en van de natuur te proeven.
De rit verder noordwaarts leidt langs allerlei gehuchten met de meest bizarre namen. Stow-on-the-wold, Moreton-in-Marsh, Shipston-on-Stour… het lijkt wel of ik in een Agatha Christie verhaal beland ben. De dorpen bestaan uit niet veel meer dan een paar straten, een kerk, een lokale pub en wat antiekzaakjes, maar hier nog maar even de benen strekken en je waant je in een ander tijdperk. Tot je toch die ene hippe koffiebar met kaneelballen opmerkt, of een pub waar ze ook de nieuwste aperitieftrend op de kaart hebben staan. Eenzelfde gevoel overvalt me wanneer ik in Stratford-upon-Avon arriveer, de plek die alle Anglofielen kennen als de geboorteplek van Shakespeare. Alles ademt hier de grote bard, zowel in de aankondigingen voor theatervoorstellingen als in de souvenirwinkels. Fans kunnen een stuk gaan bekijken opgevoerd door de Royal Shakespeare Company in het gelijknamige theater of in The Swan, dat in oude stijl heropgebouwd werd. Let wel: in sommige voorstellingen is het Engels van toen de gangbare taal. Het huis waarin Shakespeare in 1564 geboren werd, kan worden bezocht en je ziet er het atelier van zijn vader, een rijke handelaar en handschoenenmaker. Na een dagje Shakespeare, deed het deugd om aan de oevers van de Avon een frisse cocktail te drinken, en te zien hoe de plaatselijke hipsters helemaal uit de bol gingen. Geloof me, het was niet voor publicatie.
Insider Tips








- Bezoek Blenheim Palace
Blenheim palace ligt in Woodstock, op de route van of naar The Cotswolds. In dit gigantische paleis groeide Winston Churchill op. Het is tot vandaag de woonplaats van de Dukes van Marlborough en sinds 1987 Unesco world heritage. Architect was Sir John Vanbrugh. Zowel paleis als tuinen zijn te bezoeken. Veel Britten komen hier om te picknicken. Het is moeilijk te geloven dat in dit paleis nog mensen wonen. Alleen al de keuken is gigantisch. Om van de bib nog maar te zwijgen. (www.blenheimpalace.com)
- Genieten in The Newt
Ook The Newt ligt on the road, in Somerset, en is meer dan een hotel. Denk landerijen en tuinen, boomgaarden vol fruit en een pak happenings die het lokale karakter van deze plek vieren. Hier Kerst vieren lijkt me hemels. (www.thenewtinsomerset.com)
- Dineren bij Julie
Ten westen van Cirencester, op het grondgebied van Stroud, komen foodies aan hun trekken in restaurant Juliet, waar een Franse en Italiaanse keuken samengaan zonder de lokale producten te vergeten. Fruit en groente komen van een eigen Walled Garden. De aankleding van Juliet gebeurde met tweedehands materiaal wat een trendy resultaat geeft. (www.julietrestaurant.co.uk)
- Art Gallery Hauser & Wirth
Wat Hauser & Wirth Somerset zo bijzonder maakt, is de kunst, de tuin, de boerderijwinkel maar ook het plaatselijke Italiaanse restaurant Da Costa. Je kan hier dus uren doorbrengen vooraleer richting Bath of Bibury (en de rest van The Cotswolds) te rijden. Deze galerij is bovendien gratis te bezoeken. (www.hauserwirth.com)
- The Village Pub
Op de weg tussen Cirencester en Bibury passeer je The Village Pub, een pracht van een oude inn, waar je een pint kan bestellen, heerlijk dineert maar ook kan overnachten. De haard brandt, en zowat alles herinnert aan de oorspronkelijke drie cottages uit de 18de eeuw. Uiteraard werd de plek prachtig gerestaureerd en oogt die zo hip als maar zijn kan. (www.thevillagepub.co.uk)
- Ontbijten bij Bakery on the water
De tijd dat Britten ’s ochtends enkel geroosterd brood aten, is al even geleden. Wie in Bourton-on-the-water langs The Little Bakery passeert, zal zien waarom. Net naast de rivier Windrush vind je een sympathiek plekje waar alle smaakpapillen gestimuleerd worden. Het team achter de toog doet alles met de glimlach, of je nu gaat voor hun full Cotswolds Breakfast of een afternoon tea met een heerlijke koffiekoek. Sinds 1928 wordt hier dagelijks vers brood gebakken. Er is ook een tweede vestiging in Burford. Kijk maar even op bakeryonthewater.co.uk
- Verblijven in Batheaston House
Op zoek naar een verblijf met historische charme en een royalty-connectie? Check dan eens Batheaston House in de buurt van Bath. Het herenhuis in heuse Queen Anne stijl (gebouwd in 1712 en beschermd erfgoed) heeft meer dan 300 jaar op de teller en kan tellen als Insta-toppertje vanwege de Bridgerton link – hier zijn bepaalde fragmenten gefilmd. In de woonst zelf vallen zowat overal historische kenmerken op, van lambriseringen en lusters tot haardvuren. De kamers luisteren naar namen als Blanchard, Harrington en Walter, de keuken beschikt over een Aga-stoof en buiten op het terras kan je van een bubbelbad genieten. Te boeken voor 12 personen via AirBnB of batheastonhouse.com.
- Wandelen met de alpaca’s
Het is eens iets anders: op de wandel gaan met alpaca’s, in de prachtige natuur van de Cotswolds. Of je verjaardag vieren, omringd door de heerlijk pluizige dieren. Net buiten Cheltenham kweken Bridget en James (zij textielontwerper, hij paardenfreak) sinds 2013 een familie Huavaya alpaca’s. Ze leven er compleet zelfvoorzienend en vieren hun eco-vriendelijke levensstijl. Voor het feest of de wandeling begint, leer je alles over hoe alpaca’s leven en gekweekt worden. Je wordt er ondergedompeld in hoe er van hun wol garens gemaakt worden en leert er tegelijk omgaan met je hoogst persoonlijke alpaca (waarmee je dan een uurtje ook echt gaat wandelen). Lijkt het je wat? Check cotswoldalpacas.co.uk
Tekst: Veerle Windels




